Ingezonden stuk Kasper Koster


Vroeger werd bij Vlug en Vaardig op Hemelvaartsdag het ‘Hoge Hoedentoernooi gehouden, waar de senioren en A-junioren aan mee mochten doen, alsmede oud-leden en introducés.

Dan gingen alle namen in een hoge hoed en werden de teams daaruit geformeerd. Het was dan gebruikelijk dat niemand op zijn eigen positie speelde. Keepers speelden in de spits en op het doel probeerde iedereen zijn geluk uit. Ook onze dames deden hier aan mee.

Het was voor mij een perfect moment om uit te proberen welke positie het best bij mij paste.

De uitkomst was echter teleurstellend. Mijn slechte optredens waren niet te wijten aan de verkeerde positie op het veld, maar aan een chronisch tekort aan talent.

Het was het enige toernooi, waar ik mij enorm op verheugde. Het interesseerde niemand wie er eerste werd. Het ging om de gezelligheid.

Na een tijdje werd het ieder jaar door een ander team georganiseerd. Ook was er ‘s avonds dan nog vaak een feest. Soms was er dan nog een extra attractie, zoals een mechanische stier of een aparte cocktailbar.

Maar naarmate het ledenbestand slonk waren er steeds minder teams en werd de animo minder. Dus werd er gezocht naar een nieuw thema om dit toernooi onder een andere naam opnieuw leven in te blazen. Dat werd dus het ‘Sixentoernooi.

Hierbij kon iedereen zich per team opgeven of individueel, zodat een team voor ze gezocht werd. Dat dit een groot succes was blijkt uit het feit dat het jaren later nog steeds druk wordt bezocht. Het was ongetwijfeld voor veel mensen een enorm gemis, dat het Coronavirus de laatste jaren een streep door dit toernooi zette.

Maar gelukkig kon het dit jaar weer doorgaan. Gelukkig waren er nog genoeg oudgedienden aanwezig om ervoor te zorgen dat ik mij weer thuis voelde. Zelfs Johan Post kwam langs, die sinds 1991 niet meer geweest was. Het was mooi om te zien, dat hij nog steeds door iedereen werd herkend. Blijkbaar heeft de tand des tijds weinig invloed op hem gehad. Hoe anders dat kan lopen weet ik uit ervaring. Toen ik drie jaar niet geweest was moest ik mij weer opnieuw aan iedereen voorstellen.

Als ik dit jaar aankom word ik voor het hek al door Frank Hellinga begroet. Er zullen nog veel bekenden volgen. Als ik de kantine inloop weet ik al dat ik hier gerust iets te eten kan bestellen. De mannen achter de bar lijken de hele menukaart al persoonlijk te hebben afgewerkt. Dat schept toch vertrouwen in de etenswaar, die hier wordt aangeboden. Daarnaast schept hun indrukwekkende torso ook een persoonlijke band.

Ik heb besloten niet meer actief aan het toernooi mee te doen, zelfs aan het keepen hou ik nog blessures over. Om toch nog een beetje betrokken te blijven besluit ik wat wedstrijden te fluiten in de poule van de vriendenteams. Tussendoor fluit ik één wedstrijd in een poule, waar ploegen alleen maar strijden om de winst, wat mij slecht bevalt. Zowel aan mijn adres als aan het adres van de tegenstanders worden de meest vreselijke verwensingen geuit, wat niet strookt met mijn normen en waarden, zowel als die van Vlug en Vaardig.

Dus begeef ik mij weer naar het veld, waar de gezelligheid belangrijker is dan de winst en waar het bier vaker het doel bereikt dan de verzonden passes. Waar de jongste telgen met een broekje tot op hun knieën vrolijk mee dartelen, de dames meer balbezit hebben dan de heren en de beste spelers het balbezit veelvuldig overdragen aan hun medespelers. Zo zie ik tijdens een wedstrijd hoe een jongedame een klein jochie erop wijst dat zijn veter loszit, waarna zij aanbiedt deze voor hem vast te maken. Onmiddellijk zet hij zijn voet naar voren en geeft zich over aan haar knoopkunsten. Nadat ze hem een aai over de bol heeft gegeven huppelt hij weer vrolijk door. Het is voor mij het ultieme familiegevoel, wat zo kenmerkend is voor mijn oude cluppie. Als kind ging ik al aan de hand van mijn vader mee om te kijken naar andere teams en zelf te voetballen op het trainingsveld. Of om penalty’s te nemen op de keepers, die ik kende uit de hogere teams, terwijl mijn broekje nog tot mijn knieën kwam. Op de verjaardagen van mijn negen jaar oudere broer kwam ik altijd even stiekem kijken, wie er dan zaten van V en V. Altijd was er dan wel een speler, die mij dan riep om er bij te komen zitten. Dan was ik de koning te rijk. En nog steeds zie ik dat gevoel hier terug. Hele families die zich hier als team presenteren om deel uit te maken van een veel grotere familie, namelijk die van Vlug en Vaardig.

Op het einde negeer ik zelfs het wangedrag van Edwin van der Raad, als hij mij tijdens zijn laatste wedstrijd vraagt of hij op mijn fluitje mag blazen. Ik besluit te doen, alsof ik deze seksueel ongewenste opmerking niet heb gehoord en laat de wedstrijd nog wat langer voortduren.

Deze dag bevalt mij zelfs zo goed dat ik op zaterdag weer langs kom in de hoop ons vlaggenschip Kampioen te zien worden.

Tot mijn grote verbazing merk ik op dat er scheidsrechters zijn, die nog eerder kaarten trekken dan ik doe. De leidsman doet het alsof hij cadeaus uitdeelt.

Zowel de wedstrijd als het resultaat vallen tegen. Met 1-1 hebben wij eigenlijk nog niet eens te klagen gezien de reddingen van onze keeper op het einde van de wedstrijd.

Maar langs de lijn wordt niet geklaagd over het resultaat. Men heeft er vrede mee. Iedereen heeft hard gewerkt. Meer kun je niet vragen.

Gelukkig is er alsnog een kans voor ons eerste om het kampioenschap alsnog binnen te slepen. Komende zaterdag speelt ons vlaggenschip uit bij Real Sranang en moeten winnen om alsnog kampioen te worden. Laten wij ze hierbij steunen en ze het idee geven dat ze een thuiswedstrijd spelen. Het wordt de wedstrijd van het jaar, dan kunt u toch geen verstek laten gaan.

Wat mij wederom bij de laatste twee bezoekjes aan mijn cluppie is opgevallen is dat de saamhorigheid en het familiegevoel nog altijd de boventoon voeren. Want ongeacht de grootte van de club en het niveau waar zij op spelen, nog altijd straalt Vlug en Vaardig datzelfde gevoel uit en dat is ene gevoel waar ik graag onderdeel vanuit maak.

Ik zie u zaterdag toch zeker om half drie?

Reacties zijn gesloten.