INGEZONDEN STUK VAN KASPER KOSTER


Ode aan Enno Hellinga

Afgelopen weekend kreeg ik te horen dat Enno Hellinga sinds kort niet meer onder ons is.

Ik zou liegen als ik zou zeggen dat dit bericht volledig onverwacht bij mij binnenkwam.

De laatste keer dat ik hem zag was bij het ‘Sixentoernooi’ en toen schrok ik hoe hij achteruit was gegaan. Volgens Enno jr. kon het toen al ieder moment zijn afgelopen. Het tekent Enno sr. dat hij deze strijd nog zo lang gevoerd heeft. Het was destijds vooral een schok dat de in mijn ogen altijd zo onverwoestbare Enno er nu zo klein en kwetsbaar uit zag.

Voor mij persoonlijk hoort de familie Hellinga thuis in het rijtje Hunze en Uiterwijk. Dit waren de gezinnen, die een flink aantal talentvolle jongeren voor onze club uitpoepten, wat een stuk minder respectvol klinkt dan het eigenlijk bedoeld is. Tevens waren dit de gezinnen, die ik persoonlijk goed kende.

In mijn jeugd ging ik regelmatig het weekend in Osdorp logeren bij Kas en Annie Koster. Daar woonde de familie Hellinga ook en het gebeurde eigenlijk nooit dat ik ze in zo’n weekend niet zag. Maar ook op het veld was Enno niet makkelijk te missen. Het was een genot om naast Enno te staan, als hij op zijn eigen persoonlijke, humorvolle wijze kritiek op de wedstrijd of wedstrijdleiding had. Zijn naam herkende je al van ruime afstand. Nog steeds hoor ik hem mijn naam roepen: “Hé Kassie, hoe gaat het?”

Eigenlijk was Enno gewoon een volwassen kwajongen, waarbij altijd die ondeugende blik op de loer lag. In het dagelijks leven was Enno taxichauffeur, wat hem een flink aantal bijzondere gebeurtenissen opleverde, waar hij maar al te graag over vertelde. Daarbij viel mij op dat hij voor de duvel niet bang was en altijd zo rechtvaardig mogelijk handelde. Als hij iemand kon helpen, dan stond hij gisteren al klaar.

Ik geloof niet dat ik ooit iemand heb leren kennen, die zo onvoorstelbaar sterk was. Ik weet nog dat mijn moeder altijd op haar hoede was, als zij langs de lijn stond. Want voor je het wist werd je niet gewoon door Enno opgetild, maar deed hij dat ook ver boven zijn hoofd. Zo weet ik ook nog dat wij in Osdorp met vier pubers een loodzware deur naar boven wilde tillen. We kregen er vrijwel geen beweging in, toen Enno toevallig langskwam. Hij vroeg of de deur naar boven moest, legde de deur op zijn schouder en liep er soepel mee de trap op.

Zelf zei ik altijd ‘ome Enno’ tegen hem. Ik kende hem al van jongs af aan en vond de benaming volstrekt logisch. Hij was dan weliswaar niet echt mijn oom, maar ik zag hem vaker en kende hem beter dan mijn meeste ooms, vond het overigens ook leuker dan de meeste ooms, dus dat weerhield mij niet. Zelden heb ik zo’n hartelijke en vrolijke man meegemaakt als Enno.

In het begin van het seizoen trainden we doorgaans in het Amsterdamse Bos om de conditie op peil te brengen. Het was een loodzware training, waar ik altijd enorm tegenop zag. Vaak voerde Enno dan de lopers aan. De oefeningen deed hij niet mee, maar bij de niet geringe loopafstanden voerde hij de groep in een niet gering tempo aan. Zelf was hij inmiddels oud genoeg om van een ieder van ons de vader te zijn, maar zijn conditie was nog steeds beter als van velen van ons.

Toen ik in de A1 speelde hadden wij een oefenwedstrijd tegen een voor ons onbekende ploeg met oudere jongens. Fysiek was het een zware wedstrijd voor ons, hoewel wij de betere spelers hadden. Ook ik kon mijn tegenstander niet fysiek de baas. Toen mijn opponent mij een flinke por gaf liet Enno gewoon doorgaan. Wat gefrustreerd kleunde ik er flink in om zo de bal te heroveren, waarbij ik zowel de man als de bal over de zijlijn werkte. Zowel mijn tegenstander als ik hielden rekening met een vrije trap, die niet volgde. Toen ik wat verbaasd naar Enno keek was een onopvallende knipoog zijn teken, dat hij juist wilde dat wij de fysieke duels niet zouden schuwen. Hij had mijn overtreding wel gezien, maar moedigde ons op deze wijze aan om ons fysiek flink te doen gelden.

Eén gebeurtenis blijft voor mij altijd kenmerkend en voor altijd verbonden aan Enno.

Ons derde had een wedstrijd ternauwernood verloren, waarbij het aandeel van de scheidsrechter nogal bepalend voor het scoreverloop was geweest. De man werd na afloop dan ook belaagd door spelers van Vlug en Vaardig. Snel liep Enno erop af om de jongens bij de scheidsrechter weg te halen. Enno had genoeg aanzien om daar gehoor aan te geven. Samen met de scheidsrechter liep Enno vervolgens van het veld af, waarbij een gesprek ontstond. De scheidsrechter bedankte Enno keurig voor zijn hulp, wat Enno kort wegwuifde.

“Geen enkel probleem scheids, doe ik graag. Hoe is het trouwens met je hond?”

De beste man keek Enno verbaasd aan en stamelde dat hij helemaal geen hond had.

“Hoe is het mogelijk? Zo blind en dan nog geen hond.”

Iedereen in zijn buurt had het gesprek gevolgd en een daverende lachsalvo volgde dan ook, zowel van onze spelers als die van de tegenstander.

Tevreden liep Enno het veld af, de scheidsrechter in verbijstering achter zich latend.

Het laatste verhaal wat mij ten gehore kwam was toen hij doordeweeks bij Vlug en Vaardig bezig was. Twee mensen waren aan het golfen en sloegen de bal van achter de sloot op het derde veld. Toen zij om moesten lopen om zich via het hek naar het derde veld te begeven had Enno inmiddels de golfbal door een tafeltennisballetje vervangen. In het wat hogere gras viel dit niet op. Toen de betreffende golfer het balletje hard raakte spatte deze uiteen, tot grote schik van de golfers. Ik zie de pretoogjes van Enno zo voor mij, hoewel ik er destijds niet bij was en ik kan zijn lach bijna horen.

Met het overlijden van Enno is een enorm kleurrijk, maar vooral prachtig persoon overleden.

Met mij zullen nog steeds veel oud V en V-ers met een grote glimlach terugdenken aan Enno.

Helaas kan ik niets anders dan de nabestaanden sterkte te wensen met het verwerken van dit enorme verlies.

Reacties zijn gesloten.